Ooit was ik Italiëliefhebber. En nog houd ik van dat land. De mensen, de gekkigheid, de landschappen, de taal, het eten: ik vind het prachtig. Een paar jaar geleden kwam ik een meisje tegen (voor mensen die zich zorgen maken; het is een volwassen vrouw, voor mij is het mijn meisje). Zij combineerde een leven in Nederland met een leven in Spanje. Ze veroverde mijn hart. En meer dan dat: ze veroverde mij. Welbeschouwd was zij de aanleiding voor deze roadtrip. 

Afgelopen maanden veranderde er veel. We namen samen én los van elkaar beslissingen die onze levens veranderen. Begin mei waren alle beslissingen afgerond en nam ik de tijd om solo van onze plek in Nederland naar onze plek in Andalusië te rijden. Om Spanje te leren kennen. Om te reflecteren. Om te zijn.

Van Mérida naar Vejer de la Frontera
Vandaag reed ik de voorlaatste etappe, van Mérida naar Vejer de la Frontera. Morgen rijd ik zo snel mogelijk naar huis, naar mijn meisje. Deze avond, op het strand van Vejer, schrijf ik mijn laatste blog over deze trip. Morgen heb ik belangrijkere dingen te doen.

In Mérida is Santos niet te stoppen
Op het moment dat ik Mérida binnenrijd weet ik al dat ik hier te kort zal zijn om het stadje echt te ervaren. Als ik, na een speurtocht door de wirwar van de smalle straatjes, eindelijk het appartement heb gevonden, staat Santos me al op te wachten.

Santos is denk ik nieuw bij de club. Hij doet aandoenlijk zijn best om me alles te vertellen. En dat is nogal wat, want Mérida heeft een rijke geschiedenis. Hoe ik ook mijn best doe om hem af te remmen, Santos is niet te stoppen. Als ik aangeef dat ik vooral even ergens wat wil drinken en dan wat eten, krijg ik de hele gastronomie van Mérida uitgelegd én gedetailleerd op de kaart ingetekend. Hetzelfde gebeurt als ik zeg dat ik vanavond nog wel even een wandelingetje ga maken: routes, monumenten, straatjes, de hele rambam.

Ik laat Santos gaan, eigenlijk doet hij het fantastisch. De borrel wacht maar even. Een uur later kan ik de straatjes in.

Ik verlang naar de zon
De volgende ochtend vertrek ik al vroeg. Mérida is prachtig en er valt nog van alles te ontdekken, maar ik wil naar zee. Ook omdat het daar warm is. De hele week valt het weer al een beetje tegen. Best oké voor een roadtrip trouwens, maar nu wil ik de zon voelen. En warmte, van die echt Zuid-Spaanse warmte.

Wat ben ik van dit land gaan houden
Ik zet de muziek aan en begin aan mijn ritje van 300 kilometer. Ik mijmer wat over de afgelopen week. Tjonge, wat ben ik van dit land gaan houden. De plaatsen, de feesten, de uitzichten en vooral de ongelofelijk sympathieke, lieve mensen. Ik zal wel een watje zijn, maar ik krijg de tranen in mijn ogen als ik terugdenk aan momenten van de afgelopen week.

Steeds dichter bij huis
Het universum doet mee; precies op het moment dat ik op een bord zie dat ik de autonome regio Andalusië inrijd, begint de zon te schijnen en zingt Jon Allen ‘I’m in heaven’ (uit het nummer Jonah’s Whale, voor de liefhebbers). Ik kom steeds dichter bij huis.

Een paar flesjes sherry kunnen er wel bij toch?
Onderweg tik ik nog even aan in Jerez de la Frontera voor de lunch. Ik wil naar het centrum, maar ik verdwaal. Als ik een bordje ‘Bodegas Tío Pepe’ zie, volg ik dat. Een paar flesjes sherry kunnen nog wel bij de 48 flessen wit in mijn auto.

Tío blijkt een vesting. Hekken en slagbomen, zonder kaartje lijk je er niet in te komen. Met weemoed denk ik terug aan de Rioja-bodega’s in Haro. Het grappige is wel dat Tío zo’n beetje tegen de kathedraal aan gevestigd is. Monniken weten wel raad met sherry.

In het middelpunt in Jerez de la Frontera
Ik besluit te gaan lunchen. Ik vind een praktisch leeg terrasje en ervaar weer eens hoe lastig alleen reizen kan zijn. Alhoewel het terras leeg is, geeft de camarero aan dat ik binnen moet eten omdat ik alleen ben. Op het moment dat ik dát weiger draait hij bij. En dat niet alleen, ik krijg het allerbeste tafeltje, midden op het terras. Ik besluit deze man een vette fooi te geven. Voor al mijn opvolgende solo-reizigers.

Ik ben een Spanjeliefhebber
Aan het eind van de middag kom ik aan bij mijn adresje in Vejer. Ik logeer vandaag op 100 meter van het strand. Ik kan mijn geluk niet op. Ik pak een handdoek, trek mijn zwembroek aan en loop de zee in. Het is koud, maar het deert me niet. Als ik even later in de zon lig op te warmen kickt het pas echt in: Ik ben een Spanjeliefhebber!

En nu wil ik naar huis
Potverdorie, wat was dit een toffe trip. Ik heb Spanje beter leren kennen, ik heb Spanjaarden beter leren kennen, ik heb mezelf beter leren kennen. En dat allemaal door alleen maar 2400 kilometer naar het zuiden te sturen.

En nu mis ik mijn meisje. Morgen ga ik weer naar huis. Ze weet alles al, alle verhalen zijn al verteld, maar ik kan niet wachten om ze allemaal nog honderd keer te herhalen.

España te amo.