De trip van vandaag doet me een beetje denken aan de rit die ik ooit maakte door Death Valley in Californië. Genoeg water mee, auto voltanken en vooral niet uitstappen, want dan verbrand je levend. Vandaag rijd ik van Salamanca naar Mérida, aan de Portugese grens. De route gaat dwars door Extremadura, het meest dunbevolkte gebied van Spanje. ‘Extreem zwaar’, letterlijk vertaald. Oké. Niet zo dramatisch als Death Valley, maar voor de zekerheid tank ik toch de auto maar even helemaal vol. Of tenminste, dat laat ik doen. In Spanje doen ze niet kinderachtig over service. Ik geef de pompbediende een Euro, een (denkbeeldige) boks en vertrek. Ik ben benieuwd.
Niet saai
Sinds ik in Spanje ben aangekomen rijd ik geen tolwegen meer. Ik wil landschappen zien, dorpjes zo in kunnen rijden en vooral langzaam verplaatsen. Het is niet voor niets een roadtrip. Op de kaart zie ik dat ik het ritje van vandaag in een vrij rechte lijn in een kleine drie uur zou kunnen rijden. Saai. Da’s precies de allerbeste weg die de Spanjaarden door dit gebied hebben gelegd. Niet gek natuurlijk. Als je met je vrachtwagen door dat gebied heen moet om van A naar B te komen (of met je BMW-cabrio, voor mijn part) wil je graag een goede, rechte weg. Maar voor mij voldoet het niet; ik weet dat ik door een van de mooiste, ongerepte en onbewoonde gebieden van Spanje ga vandaag. Dan wil ik dat ook wel meemaken. Ik kies twee tussenstops op mijn weg naar Mérida, zodat ik gegarandeerd een andere route rijd.
Reserva Natural Garganta de los Infiernos
Mijn eerste tussenstop is Reserva Natural Garganta de los Infiernos. Google vertaalt dit als ‘de keel van de hel’. Lekker. Precies wat ik zoek. De weg ernaartoe is adembenemend mooi. Meteen vanuit Salamanca begint het landschap te veranderen. Het wordt weidser. Groter ook, zo lijkt het. Opeens zie ik in de verte besneeuwde bergtoppen. Koud is het ook, trouwens. Buiten is het 8 graden, ik ben blij dat ik een lange spijkerbroek aan heb.
Ik zie op mijn navigatie dat ik nog 30 kilometer moet naar Jerte, het plaatsje midden in de keel van de hel waar wat mensen schijnen te wonen. Ondertussen leidt dezelfde navigatie me over steeds kleinere weggetjes en ik kom niemand meer tegen.
Jerte
Onverwacht rijd ik het dorpje in. Ik heb zin in mijn dagelijkse café con leche met een pan con tomate, dus ik zoek naar een barretje. Dat blijkt niet zo ingewikkeld, want de anderhalve kilometer weg door het dorp is ermee bezaaid. Later lees ik in het boek ‘Extremadura’ van Pieter Jan van der Linden dat Jerte 1300 inwoners heeft en 36 barretjes! Vandaar.
Ik kies er een waar ik de auto voor de deur kan zetten, en loop naar binnen. Het is druk aan de bar, er zitten zeker 10 man (die allemaal konden kiezen uit 35 andere plekjes). Als ik bestel krijg ik een verbaasde blik van de barvrouw. “Solo tomate?” Ik knik en begrijp dat ze dat eigenlijk maar niks vindt.
De barvrouw schreeuwt naar de keuken, helemaal achterin de zaak: “Mamaaa, un tostado solo tomate!” Een oudere vrouw met een schort steekt haar hoofd uit de keuken. “Solo tomate?”
“Si mama, solo tomate.” Moeder haalt haar schouders op en maakt vervolgens een heerlijk broodje voor me.
Navalmoral de la Mata
Na de koffie stap ik weer in de auto. De tweede stop heb ik gepland in Navalmoral de la Mata. Onderweg willen de uitzichten maar niet tegenvallen. Extramudara is zwaar onderschat, lijkt me. Wat een prachtgebied. Er zijn talloze plaatsen waar ‘piscinas naturales’ zijn. Zwemmen in de stroom. Niet voor mij vandaag, ik heb wel eens 2 minuten ijswater gezeten, maar 8 graden is me toch echt te koud.
Verrek, ze zijn allemaal hier!
Het eerste dat me in Navalmoral opvalt is dat het druk is. Wat een boel mensen opeens. En winkels, er is een winkelstraat waar het gemiddelde Nederlandse dorp een puntje aan kan zuigen. Even ben ik in de war. De hele dag zie ik geen mens en dan opeens blijken ze allemaal hier! Het zal de behoefte aan verbinding wel zijn. Grappig hoe wij mensen altijd weer samenlevingen bouwen.
Spanje is te mooi
Na de lunch besluit ik weer door te rijden. Vandaag was bestemd voor landschappen en weidse blikken. Bovendien moet ik nog zo’n 160 kilometer rijden naar Mérida, mijn volgende bestemming. Dat schijnt ook al zo fantastisch te zijn. Spanje is te mooi.
Roadtrip to the max
Potverdorie dat was wat, zeg. Als ik ’s avonds aan de borrel zit voel ik me een beetje overweldigd. Ik kijk terug op een fantastisch dagje rijden. ‘Roadtrip to the max’, app ik naar mijn lief, inmiddels zo’n 400 kilometer bij me vandaan.
Morgen ga ik naar de ‘la fronteras’ en slaap ik praktisch óp het strand. Ik heb er nu al zin in.
