De Canarische Eilanden in het zonnetje

De Canarische eilanden… welke eilanden zijn dat eigenlijk? Dat hebben we met topografie nooit zo gedetailleerd geleerd. En ik weet van mijn moeder – die dertig jaar in de reisbranche heeft gewerkt – dat de meeste klanten die een reis bij haar boekten naar een van de Canarische eilanden, geen idee hadden waar het ligt. Daarom zet ik het even voor je op een rijtje en zet ik ieder Canarisch eiland de komende weken in het zonnetje.

De Canarische Eilanden (Islas Canarias) liggen 115 kilometer voor de kust van Marokko in de Atlantische Oceaan. Daarom is het ook in de winter zo’n fijne vakantiebestemming, in tegenstelling tot de Balearen, die wél voor de Spaanse kust liggen. De Balearen – Mallorca, Ibiza, Menorca en Formentera – worden nog weleens verward met de Canarische Eilanden.

Zeven prachtige eilanden
Ook al ligt de Spaanse kust op 1250 kilometer afstand, toch horen de Canarische Eilanden bij Spanje. Er wordt dus Spaans gesproken en je betaalt er met de euro. De Canarische Eilanden bestaan uit zeven prachtige eilanden:

  • La Palma
  • La Gomera
  • Tenerife
  • Gran Canaria
  • Fuerteventura
  • El Hierro
  • Lanzarote

Vulkanen
De Canarische Eilanden zijn ontstaan uit vulkanische oorsprong. Dit is de reden waardoor je soms zwarte lavastranden tegenkomt. Om op bepaalde plekken ook nog enkele goudgele stranden te creëren, is er speciaal zand vanuit de Sahara geïmporteerd. Sommige vulkanen zijn nog steeds actief, maar de laatste serieuze uitbarsting was in 1826.

Geschiedenis
Omstreeks 3000 jaar voor Christus werden de Canarische Eilanden voor het eerst bewoond door berbers die vooral afkomstig waren uit Noord-Afrika. Daarna waren het de Guanchen die bezit namen van de eilanden. Ze leefden in de vele grotten die de eilanden rijk waren. Ze hielden zichzelf in leven door het verbouwen van gewassen en de visvangst. Later, in 24 na Christus, was het Plato die de eilanden bezocht. Gedacht werd dat de eilandengroep een deel was van Atlantis, het verdwenen Rijk. De Griekse geograaf Ptolemaeus beeldde de Canarische Eilanden op de kaart zelfs af op de rand van de wereld. De eilandengroep werd tot aan 1312 met rust gelaten bij het vallen van het Romeinse Rijk. Het was Lancelotto Malocello die de eilanden opnieuw ontdekte.

De Kroon van Castilië gaf Jean de Bethencourt in 1402 opdracht om de eilanden in te nemen. De Guanchen lieten dit echter niet zomaar gebeuren. Uiteindelijk werd alleen Lanzarote ingenomen. Twee jaar later volgden ook El Hierro, La Gomera en Fuerteventura. Tijdens het Verdrag van Alcacovas tussen Spanje en Portugal in 1479, werden de eilanden toegewezen aan Spanje.

De Castilianen namen onder leiding van Ferdinand van Aragon en Isabella van Castilië ook Gran Canaria en La Palma in. Later wilden ze ook Tenerife veroveren maar de Guanches gaven zich niet zomaar gewonnen. Een jaar later lukte dit toch. De Guanches werden gebruikt als slaven en werden omstreeks 1541 met uitsterven bedreigd.

De jaren na de inneming floreerden de Canarische Eilanden als belangrijke handelspost voor de Nieuwe Wereld. Ook Christoffel Columbus maakte dankbaar gebruik van de ligging van de eilanden. Door de westelijke zeestroming en passaatwinden waren Gran Canaria en Las Palmas prima tussenstops tijdens zijn reizen naar Amerika.

Omstreeks 1665 stopte de suikerindustrie op de eilanden. De Caraïben waren veroverd en daar was de productie een stuk voordeliger. Er werd ingezet op de productie van wijn die vooral in handen was van Groot-Brittannië. De Spaanse Successieoorlog in 1701 maakte hier een einde aan.

In 1812 werden de Canarische Eilanden een Spaanse provincie. De opsplitsing in twee aparte provincies in 1927, was te wijten aan de rivaliteit tussen Las Palmas en Tenerife. De regering van Spanje stuurde Francisco Franco naar Tenerife uit angst voor een staatsgreep. Toen Franco daar aan de macht kwam, begon in 1936 de Spaanse Burgeroorlog. De eilanden kregen opnieuw te lijden onder een verslechterde economie, waardoor het Canarische nationalisme de kop op stak. In 1982 werd de Wet voor autonomie aangenomen waardoor in 1983 de eerste verkiezingen volgden. In 1986 traden de Canarische Eilanden samen met Spanje toe tot de EU.

De naam
De naam Canarische Eilanden kan gelinkt worden aan het Latijnse Canariae Insulae, wat hondeneilanden betekent. Oorspronkelijk werd deze naam alleen aan het eiland Gran Canaria gegeven. Over de reden van deze naamgeving verschillen de meningen. Volgens het ene verhaal komt de naam voort uit het feit dat er op het eiland veel grote honden leefden. Anderen speculeren dat met de honden eigenlijk de zeehonden bedoeld worden die ooit in de oceaan rondom de Canarische Eilanden leefden, maar daar tegenwoordig niet meer voorkomen. Een derde verklaring voor de naam is dat de oorspronkelijke bewoners, de Guanchen, honden als heilige dieren beschouwden.

De connectie met honden is terug te vinden in het wapen van de Canarische Eilanden, waar twee honden op afgebeeld zijn. Vast staat dat de Canarische Eilanden in ieder geval niet vernoemd zijn naar de gelijknamige vogel, de kanarie. Het is andersom: deze vogelsoort is vernoemd naar de eilandengroep, waar ze nog altijd in het wild voorkomt.

Twee provincies

Om het nog wat ingewikkelder te maken; de Canarische Eilanden zijn verdeeld in twee provincies:
– Las Palmas: daartoe behoren Gran Canaria, Fuerteventura en Lanzarote
– Tenerife: daartoe behoren Tenerife, La Gomera, La Palma en El Hierro

Ik vind het verwarrend en je mag het zo weer vergeten. Interessanter om te weten is wat de charme is van ieder eiland afzonderlijk, zodat je kunt beoordelen welk eiland bij jouw wensen past voor de ideale vakantie. In de komende zeven blogs op Spanjeliefhebbers, zet ik de eilanden om de beurt in het zonnetje.

0 thoughts on “De Canarische Eilanden in het zonnetje”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *