Sevilla, de stad die je langzaam betovert

Door onze correspondent Susan van der Beek –
Mr. Super host staat ons al met een grote glimlach op te wachten. De taxi vanaf Sevilla Airport blijft maar rijden, steeds smallere straten in. “No English” zegt de chauffeur als we hem vragen of we er al bijna zijn. Om er vervolgens “two minutes” aan toe te voegen. En inderdaad stopt hij niet veel later voor de deur van een oud gebouw. “Numero ocho” zegt hij en hij vertelt in het Spaans iets over de wijk Triana. We begrijpen het niet helemaal, knikken vriendelijk en rekenen af.

Onze host gaat ons voor naar het appartement, in een oude keramiekfabriek. Het is een klein maar smaakvol ingericht appartement met als bonus een dakterras. Onze oren tuiten als de host ons in rap tempo vertelt over alle dingen die we echt moeten zien in Sevilla. Hij belooft ons elke dag een paar tips te sturen via WhatsApp en dat doet hij ook. De eerste avond eten we tapas aan de rivier Guadalquivir, met uitzicht op de mooi verlichte brug van Puente de Isabel II, de eerste vaste brug in Sevilla uit het jaar 1852.

Triana
De ober van het restaurantje waar we eten is heel aardig en hij is een ras verkoper. Hij weet ons echt te verleiden tot allerlei extra gerechtjes. Behalve de tiramisu, die slaan we toch maar af. Als we teruglopen naar ons appartement is het inmiddels donker. Triana is een volkswijk, waar veel beroemde flamenco-artiesten vandaan komen. De wijkt ademt nog steeds flamenco, bij een terras staat een oude, enigszins sjofel geklede man te zingen. Zijn stem gaat door merg en been, dit is onvervalste flamenco, gewoon onder een lantaarnpaal! Een dag later, midden op de dag, een soortgelijk schouwspel: drie jonge mannen, twee zingend, een met een gitaar. Ze lopen over straat en ze spelen en zingen. Het plezier spat eraf.

Flamenco lessen
Ik denk terug aan de tien jaar dat ik flamenco danslessen volgde. De ritmes die ik in het begin zo moeilijk in mijn voeten kreeg, omdat ze tegendraads voelen. Hoe ik er niet mee kon ophouden, zelfs niet tijdens de zwangerschap van onze jongste. Met mijn dikke buik bleef ik dansen zolang het kon. Tot ik op een gegeven moment mijn evenwicht verloor en viel, dat was het moment om er tijdelijk mee te stoppen. Hoe ik ook tijdens een bezoek aan Sevilla in die periode een prachtige flamenco-rok kocht. Lila met oranje bloemen. Hij was natuurlijk te kort en ze hebben er destijds speciaal voor mij een extra strook aangezet.

Hop on, hop off
Op dag 2 van ons verblijf nemen we eerst maar eens de dubbeldekker die langs alle highlights van Sevilla rijdt. Even lekker de toerist uithangen en de stad opnieuw ontdekken. Door de oortjes horen we de geschiedenis van deze prachtige stad, eindeloze verhalen over koningen, veroveringen door verschillende volkeren, Columbus en stierenvechters. En ja, opnieuw over flamenco dat ‘je niet moet willen begrijpen, maar dat je moet voelen’. Zo is het ook, dus we besluiten de tip van Mr. Super host op te volgen en in onze eigen wijk naar een authentieke flamencobar te gaan. “This is the best, no tourist show” heeft hij ons verzekerd.

Flamencoshow
We moeten reserveren en de zaal gaat pas open om 23.30 uur. Het optreden kan iets later beginnen, staat er in de bevestigingsmail die we krijgen. En zoals dat alleen in zuidelijke landen kan; de gitarist komt pas om 0.15 uur op zijn dooie gemak aangeslenterd. In de kantine-achtige ruimte zitten dan ongeveer een stuk of 10 Spanjaarden. Een man en een vrouw voegen zich bij hem en na nog een kwartiertje beginnen ze te spelen en te zingen. Het is prachtig en ik mis de dans. De Sevillanas (een feestdans) die de beide zangers doen maakt het een klein beetje goed. Het is fascinerend om te zien hoe de toeschouwers onderdeel worden van de voorstelling, mee klappen en zingen, soms aanmoedigende kreten slaken en op een gegeven moment doet zelfs de bardame mee aan de zang. Ver na tweeën komen er nog steeds mensen binnen, terwijl wij besluiten terug te gaan naar ons appartement.

A home in Sevilla
De dagen die volgen zijn vol van mooie dingen bekijken, op terrasjes zitten en mensen kijken, lekker eten en drinken en af en toe een uurtje lezen op ons dakterras. Ongelofelijk hoe stil het daar is, zo midden in een grote stad. Sneller dan we hadden gedacht is deze stedentrip voorbij. Mister Super host stuurt nog een afscheidsberichtje: ‘So now you have a home in Sevilla, welcome back someday.’

Wij verbleven in Triana Penthouse. De Sala Flamenca die we bezochten heet Lola de los Reyes.

Susan van der Beek is auteur van het boek Hartmama, systemisch coach (ook met honden) en eigenaresse van Slapen in Zeeland.

1 thought on “Sevilla, de stad die je langzaam betovert”
  1. Mooi, hoe de flamenco ook nu weer een plekje heeft gekregen in jullie vakantie. Fijn om te lezen, die gastvrijheid, het leven in Spanje, mmm Sevilla staat op mn verlanglijstje. Bedankt Susan !
    Liefs MO.2.0

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *