Een beetje vroeg naar Mallorca

Door onze correspondent Patrick Cornelius –

Wij, Marlies en ik, zijn op onze eigen manier ook Spanjeliefhebbers. Als we geld en tijd hebben, proberen we ieder jaar twee keer naar Spanje te gaan: een keer in het voorseizoen en een keer in het onvermijdelijke hoogseizoen. In het voorseizoen beperkt het zich meestal tot een weekje. In het hoogseizoen mag Spanje zich zo’n twee weken op onze aanwezigheid verheugen. We zijn makkelijke Spanjeliefhebbers. We komen voor zon, zee en strand en vooral voor rust.

Voor Marlies – als half Spaanse – is het iedere keer weer thuiskomen. Ze bloeit op, in Spanje. Haar blonde verschijning maakt haar ook op de een of andere manier bijzonder geliefd bij de Spaanse mannen om eens een uitgebreid praatje te maken. Daarbij word ik verder gewoon genegeerd. Voor mij is het ook een beetje thuis. Als oude Indo weet ik nog dat de Indo’s van mijn generatie als ze dat konden betalen, bij voorkeur naar Spanje op vakantie gingen. Echte rijken gingen naar Indonesië, maar Spanje was ‘the next best thing’ voor ons, het gewone volk. Het weer en de sfeer, dat trekt de Indo aan in Spanje. Helaas hadden wij in ons gezin destijds te weinig geld om überhaupt op vakantie te gaan; laat staan Spanje. Dat duurde even totdat ik zelf groot was.

Mallorca
Dit jaar zijn we in het voorseizoen naar Mallorca gegaan. Een week lang, van 29 februari tot 7 maart. Eigenlijk te vroeg, want dan kan het – zo bleek – ook daar nog behoorlijk koud zijn, maar ik kon er niet langer mee wachten. Ik wilde gewoon weg, naar Spanje, als was het maar een week.
Mijn eerste tip: ga iets later dan wij gingen. Het is dan echt nog fris en de enige bezoekers in Playa de Palma waren dan ook Duitse pensionadas, Duitse gezinnen met kleine kinderen en Duitsers in het algemeen. En dan natuurlijk nog een paar erkende kou-vluchtelingen, zoals wij.

Bar Andaluz
Aangezien wij niet echt van de culturele en avontuurlijke trektochten zijn, moesten we ons (bij gebrek aan warmte) op een andere manier zien te amuseren. Dat lukte goed in de gehuurde Mini Cooper. We konden ons ontworstelen aan het toeristisch hart en de achteraf steegjes van de stad verkennen. Daar vonden het traditionele restaurant ‘Bar Andaluz’. Gewoon in een straatje, met gewoon houten meubilair en uiteraard een televisie waar live de wedstrijden uit La Liga te volgen zijn.

Een kus en een compliment
Hoe gewoon en eenvoudig het ook lijkt: dat is het niet. Wij waren vroeg en konden een tafeltje krijgen om te eten. Een half uur na aankomst was dat onmogelijk. Het liep helemaal vol met Spaanse gasten en de meesten waren daar overduidelijk niet voor het eerst. Het personeel – alleen mannen van middelbare leeftijd uit Andalusië – konden in nauwe samenwerking met de gasten een sfeer neerzetten waardoor het leek of je iemands familie-feestje was binnengevallen. Een Indisch feestje, met muziek, eten, luidruchtige gesprekken. De bestellingen werden vanuit het restaurant richting keuken geschreeuwd, nieuwe gasten werden hartelijk begroet met kus en compliment. De een zag er – volgens het bedienend personeel – nog mooier uit dan de ander en voor de dames was er natuurlijk wat speciale aandacht.

Geen Duitse taferelen
De hartelijkheid en warmte is/voelt echt en is geen horeca-act. Oh ja, het eten, tapas. Buitengewoon smakelijk, op eenvoudige manier geserveerd, dus geen poespas. Smaak is 100 keer beter dan de ‘authentieke’ tapas langs de boulevard die geserveerd worden in ‘Die Deutsche Stube’ of ‘Der Municher…whatever’. En je wordt ook niet automatisch in het Duits aangesproken. Da’s ook wel fijn.

Niet in de zomer
De lokalen in de diverse winkeltjes maakten ons ook wel duidelijk dat je in de zomer niet in Mallorca moet zijn. Althans, niet het type toerist als wij zijn. Complete chaos en daar was wel iets van te zien ook. Er staan 10.000 huurauto’s te wachten op de toeristen, terwijl het overal al eigenlijk te druk is. Een van hen vertelde dat hij in de zomer niet naar het strand kan met zijn eigen kinderen, vanwege de doorlopende knokpartijen, dronkemansfeestjes en het overvolle strand. Het strand is namelijk lang, maar relatief smal. Als het daar echt druk is, gaat een vergelijking met een walrussen-kolonie al snel op. Elke vierkante centimeter is bezet en dat leidt tot grote ergernis en knokpartijen.

In het voorseizoen
In het voorseizoen zulke plaatsen bezoeken heeft het voordeel dat de infrastructuur er wel maar de toeristen er niet zijn. Dat hebben we ooit in Benidorm gedaan, wat natuurlijk ook berucht is om z’n zomerse toestanden. Ga gewoon vroeg in het jaar (april, mei) maar niet zo vroeg als wij zijn gegaan. Dan is het nog leefbaar en kun je de schoonheid van het eiland nog bewonderen. Want eigenlijk is het best mooi, zoals het plaatsje Alcúdia. Ik weet niet of we er ooit nog terugkomen, maar dan zou het absoluut voor de mensen zelf zijn. Want dat is de moeite waard.

0 thoughts on “Een beetje vroeg naar Mallorca”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *