Ik laat mezelf verdwalen in de straatjes van Totalán

Door onze correspondent Ingrid Smit –
Stel je eens voor, het is half elf ’s ochtends en je rijdt op een slingerweg de bergen achter Málaga in. De zon schijnt, het is ongeveer 28 graden en volop zomer. Ineens is daar het dorpje Totalán. Ik zie allemaal witte huisjes, smalle straatjes, trappetjes en kronkelende autovrije steegjes. Ik parkeer de auto, pak mijn spullen en loop de stille, zinderend warme straatjes in.

Er komt een wat oudere Spaanse dame mijn kant op, ze heeft boodschappen gedaan en ze maakt oogcontact met me. Ze glimlacht vriendelijk en zegt met een grote tandeloze en heel vriendelijke glimlach “buenas…” en loopt rustig door. Er is verder niemand te zien in deze straatjes. Maar ik weet dat er wel mensen zijn, want door de open ramen van de witte huisjes hoor is die typische schelle Spaanse stemmen die net iets te hard praten. Verder hoor ik alleen de vogels kwetteren en een waakzame hond ergens in de verte die luid blaft.

Steeds smaller
Ik laat mezelf verdwalen in de straatjes, die steeds smaller worden en veranderen in steegjes met trappen en nissen. Verder is er niemand te zien. Tussen de huizen door geniet ik van een adembenemend uitzicht over het dal. Want ook dit witte dorpje lijkt wel tegen de berghelling ‘geplakt’.

Even binnenkijken?
Ik begin wat langzamer te lopen en bedenk hoe graag ik eens zo’n huisje binnen zou willen stappen. In het deurkozijn hangt een vliegengordijn, zoals we dat vroeger thuis ook hadden, met van die gekleurde plastic slierten. Ik wil het wel openschuiven om even binnen te kijken. Ik stel me dan voor dat daar een pittige Spaanse, wat oudere dame met een schort voor, in de rommelige keuken staat te koken. Ondertussen heeft ze een verhit gesprek met haar man, die aan de tafel met het plastic tafelkleed zijn koffie drinkt en naar beneden kijkt.

Landerijen met een geschiedenis
Ineens zie ik een tegeltableau aan een muur hangen die elke voorbijganger eraan herinnert dat dit dorp en deze streek een geschiedenis heeft en voorheen welvarend was. Aan het eind van de 19e eeuw zijn de omliggende landerijen en wijngaarden verlaten als gevolg van een insectenplaag. Zodat nu slechts een slaperig wit Spaans dorpje is achtergebleven in de bergen achter Málaga.

La Plaza de la Constitucion
Glimlachend zie ik dat ook dit dorp – net als elk ander zichzelf respecterend Andalusisch dorp –   een Plaza de la Constitucion en een Avenida Andalucia heeft. Alleen hier zie ik daar nu nog niemand zitten of lopen. Hahaha… dat is op de Plaza de la Constitucion in Málaga heel anders. Gelukkig maar. Het karakter van het Spaanse binnenland is en blijft bijzonder.

Dus niet alleen in de stad Málaga, maar ook in het achterland is het heerlijk verdwalen.

0 thoughts on “Ik laat mezelf verdwalen in de straatjes van Totalán”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *