Dat was even fijn zeg; om tijdens onze verhuisperikelen twee seizoenen Entrevías te kijken. De serie speelt zich af in de buurt van de gelijknamige wijk in Madrid, een van de armste wijken van de stad. De hoofdpersoon, Tirso Abantos, wordt gespeeld door José Coronado, die we al kennen van o.a. La Chica de Nieve en Vivir Sin Permiso). Tirso is een voormalige militair die een ijzerhandel runt. Zijn eentonige dagelijkse routine wordt verstoord door zijn weerbarstige en opstandige kleindochter Irene (17 jaar).
Ik vind het personage van Tirso echt geweldig. Hij speelt de klootzak, een ontzettende sacherijnige man die niets lijkt te geven om zijn kinderen en kleinkinderen. Hij is ontzettend bot en drukt zich nogal racistisch uit. De enige personen om wie hij lijkt te geven zijn de bejaarde buurvrouw en zijn twee vrienden met wie hij in het leger heeft gezeten. Tirso neemt bij zijn twee vrienden altijd de lead, hij was tenslotte kapitein.
Zijn kleindochter Irene is geadopteerd, ze is van Vietnamese afkomst. Ze is smoorverliefd op de Colombiaanse Nelson die haar meetrekt in het criminele circuit. Wanneer Irene ernstig in de problemen komt door de drugsbende in Entrevías, klopt ze bij haar opa (Tirso) aan. Irene’s ouders liggen in echtscheiding, haar vader is er nooit, haar moeder is altijd aan het werk. Haar ouders zijn vermogend en wonen in een prachtig huis in een goede wijk van Madrid. Irene misbruikt haar opa echter om in Entrevías te kunnen wonen en haar vriendje vaker te kunnen zien. Ze is gestopt met school, werkt niet en heeft de hele dag niks te doen. Tirso vindt het wel een goed idee dat zijn kleindochter bij hem komt wonen, want hij vindt dat hij haar veel beter kort kan houden dan haar moeder. Hij pakt haar op nogal militaristische wijze aan.
Al snel wordt duidelijk dat Irene en Nelson ontzettend naïeve, verliefde pubers zijn. En Tirso blijkt geen verstand te hebben van pubers. Bovendien keurt hij haar vriendje af, omdat hij een Colombiaan is. Maar wanneer Tirso erachter komt wat Irene is overkomen, krijgt ze behalve huisarrest zijn onvoorwaardelijke steun. Hij stapt zelf op de criminelen af, slaat de boel kort en klein, komt voortdurend in conflict met de politie en tovert zijn militaire wapenuitrusting weer tevoorschijn. Tirso gaat voor eigen rechtertje spelen en daarmee loopt hij de politie steeds voor de voeten.
In het tweede seizoen is het leuk om te zien dat Tirso toch ook echt een gevoelige kant heeft en wel degelijk om zijn familie geeft. Hij verandert niet ineens in een zacht ei, maar wordt een beetje milder. Toch blijft hij strijden voor gerechtigheid voor wat zijn kleindochter is aangedaan én voor meer veiligheid in de wijk. De buurtbewoners gaan hem hierom steeds meer waarderen, evenals de politie. Tirso waagt zich zelfs voorzichtig op het liefdespad, wat voor hilarische anekdotes zorgt.
Sowieso zit er best veel humor in deze serie. Dat maakt het allemaal wat luchtiger gelukkig, want het decor is heftig: drugsbendes, moord, corruptie. Toch is het niet een verhaal dat ‘onder je huid gaat zitten’, zoals ik dat altijd noem; ik voelde niet de dwangmatigheid of de voorpret om telkens verder te kijken, wat ik bij sommige andere series wel heb. Maar ik wilde wel weten hoe het verder ging, dus lekker doorkijken. En stiekem hoop ik op een derde seizoen…
