Door onze correspondent Petran Geurts
Het is 31 oktober. Exact drie maanden geleden maakte ik de afspraak om hier, op deze zonnige herfstdag in Amsterdam, mijn volgende stap te zetten in een Spanje-avontuur. Ik loop langs chique kantoren, statige pandjes en hippe koffietentjes. Dan wordt mijn blik gegrepen door een kantoor in een souterrain met een grijze, zeer functionele, inrichting. Even denk ik te kijken naar een expositie of iets dergelijks. ‘Offices of the 80’s’ zou zomaar het thema kunnen zijn. Maar de openstaande kaartenbakken, de ordners die open op tafel liggen en vooral de meneer die daadwerkelijk met de hand schrijft, laten zien dat het hier een actief kantoor betreft. Als ik de hoek om loop, zie ik de grote Spaanse vlag aan de gevel. Verrek, hier is het! El Consulado de España en Ámsterdam. Hier word ik om 09:15 vanmorgen verwacht.
NIE
Het NIE-nummer (Número de Identidad de Extranjero) is een nummer waarmee je officieel herkenbaar wordt bij Spaanse instanties, te vergelijken met het Nederlandse BSN. Aanvragen ervan kan op verschillende manieren. De makkelijkste weg is via tussenpersonen in Spanje die het voor je regelen. Je betaalt een aardige prijs, maar hebt er vervolgens geen omkijken en het gaat snel. Zelf doen kan ook. Via de Spaanse politie of via het Spaanse Consulaat in Amsterdam. Ik kies voor de laatste optie. Niet omdat het goedkoper of makkelijker is, maar vooral omdat ik dit proces het liefst in al zijn facetten doorleef.
Zelf doen
Zelf doen, dus. Al snel ontdek ik dat ik niet de enige ben. Een afspraak maken bij het consulaat kan alleen maar drie maanden vooruit. Eerder zit het vol. Iedere nacht, niemand weet hoe laat precies, komen er een paar tijdsloten vrij, precies drie maanden verder. Dus toen ik op 31 juli om 05:00 uur in de ochtend wakker lag en mijn laptop opende, koos ik voor de optie van vandaag. Alleen 09:15 was nog vrij. Ik vond het prachtig. Het maken van de afspraak voelt als een succes. Heel even. Dan volgt de kennismaking met de Burocracia Española. Ze kunnen er wat van. Het zijn professionals.
EX15, 790-012 en verklaringen
Het formulier EX15 staat centraal in de aanvraag. De vragen zijn niet schokkend: paspoortnummer, volledige namen, reden van aanvraag, ik ken het allemaal wel. De waarschuwingen dien je echter serieus te nemen; de Spaanse politie is streng. Fouten in de aanvraag leiden tot afwijzing en weer drie maanden wachten. Ik ben voorzichtig en laat mijn lief drie keer meelezen met alles wat ik invul. Het hardst moet ik lachen om de 790-012. Het formulier kent 4 pagina’s en is bedoeld om de € 9,84 te betalen die de NIE kost.
De officiële verklaringen van woonplaats in Nederland (wat gewoon een brief van de belasting is) en een officiële verklaring van de reden van aanvraag maken mijn stapeltje documenten compleet. De avond voor mijn bezoek aan het consulaat loop ik het boeltje nog één keer door en zet mijn wekker op 06:00 uur. Voor een kans van eens in de drie maanden riskeer ik geen vertraging.
Een afspraak met mevrouw Ventanilla A
In de laatste mail die ik van het consulaat kreeg, werd nog eens bevestigd dat ik om 9:15 wordt verwacht. Ik lees dat ik een afspraak heb met ‘Ventanilla A’. Even denk ik dat het hier de mevrouw van het consulaat betreft. Mijn lief helpt me uit de droom. ‘Raam A’ staat daar. Het is geen persoonlijk proces, het gaat hier om een nummer.
Goed. Om 9:05 uur, ik ben inmiddels gewend aan het idee dat Spanje vandaag bestaat uit een grijze kantooromgeving, bel ik aan bij het consulaat. “Buenos días, hoe laat heeft u een afspraak?” klinkt het uit de intercom. Ik roep vrolijk terug dat dat om 9:15 uur is bij Ventanilla A. De stem geeft me te kennen dat ik dan nog even moet wachten. Op zichzelf vind ik dat niet verassend, ik ken Spanje inmiddels een beetje. Verassend is wel dat het wachten buiten op straat is. De grijze wachtkamer is nog even niet voor mij. Het geeft niet. Zonnige herfst in Amsterdam is prachtig.
Het raam
Als ik exact om kwart over negen opnieuw aanbel mag ik naar binnen en word ik naar de wachtkamer in het souterrain verwezen. De kamer grenst aan de kaartenbakken en de ordners die ik drie kwartier geleden zag. De wachtkamer is grijs. Grijze tegels, grijze stoeltjes, grijze tafel, grijs kopieerapparaat en (vooruit) een vergrijsd pasfoto-hokje, ook ergens uit de jaren ’80. Oh ja. En drie ramen, van elkaar gescheiden door schotten. Grijs uiteraard. Boven één van de ramen hangt een vergeeld A4-tje: ‘Ventanilla A, Números NIE’.
Ik ga zitten in de verder lege wachtkamer. Achter de ramen gebeurt niets. Verderop in het kantoor zie ik wat mensen zitten. Zij zien mij ook, maar een warm welkom als nieuw lid van de Spaanse gemeenschap is het nog niet. Na een minuut of tien roept de mevrouw van het consulaat me naar het raam.
Twee minuten en twee maanden
En dan gaat het snel. De Spaanse mevrouw is vriendelijk, beslist, chagrijnig en snel. Alles door elkaar. In rap tempo vraagt ze me alle formulieren. Ze pakt alles bij elkaar en maakt een stapeltje. “Prima zo” zegt ze binnen twee minuten. Ik raak er een beetje van in de war. Gaat ze dan niet controleren of ik het allemaal goed heb gedaan? Als ik dat vraag, verandert haar blik. Ze kijkt me lief glimlachend aan. “Je hebt het goed gedaan”, zegt ze. “Dat is dan € 9,84, wil je pinnen?”
Nadat ik heb betaald, vertelt ze me het vervolg van de procedure. “Het nummer krijg je per email” (dat dan weer wel). “Het kan ongeveer twee maanden duren, want het is druk.” Ik schater een glimlach. Dit is toch het Spanje waar ik van ben gaan houden, de afgelopen twee jaar.
Parkeerkosten
Nadat ik afscheid heb genomen in mijn beste Duolingo krijg ik een laatste glimlach van de mevrouw van Ventanilla A. Ik loop naar mijn auto en betaal de parkeerkosten van vanochtend. Dat dat duurder is dan de kosten van mijn NIE deert me niet, vanochtend. De volgende stap is namelijk gezet, ik ben weer onderweg.
